Schoorsteenvegers, een van de meest bureaucratische en irritante regelingen in Duitsland is het beroep van schoorsteenveger. Het Kehrmonopol (veegmonopolie) van de Duitse schoorsteenveger werd in 1935 door de nationaalsocialisten ingevoerd en verdeelt Duitsland in ca. 8000 Kehrbezirke, die toegewezen zijn aan een even groot aantal Bezirksschornsteinfegermeister.
In het Feriendorf Frankenau is er een bevollmächtigter Bezirksschornsteinfeger bevoegd. Dat is de nu de heer Kai Hattwich.
Voor het controleren van een houdkachel die niet, dus nooit, wordt gebruikt rekent hij meer dan 100, euro. Voor het doen van geen en overbodig werk.
Een andere schoorsteenveger bellen heeft niet veel zin. Sommigen rekenen bij een nieuwe klant 200, euro administratiekosten.


Dit alles voor vakantiewoningen, die grotendeels leeg staan en waarvan de houtkachels niet worden gebruikt.
Klachten
Er is uiteraard in Duitsland een toezichthouder waar u een klacht kunt indienen. Inmiddels hebben wij twee klachten ingediend over de prijs voor overbodig werk. Het antwoord is dan dat we ook een andere schoorsteenveger mogen laten komen. Dus volstrekt zinloos. Het enige dat kan werken is vooraf een afspraak maken over de prijs.
Verplicht
U bent verplicht 1 x per jaar de schoorsteen van uw vakantiewoning te laten vegen, ook als de houtkachel niet wordt gebruikt. Gebruikt u de kachel meer dan 33 keer dan moet u de schoorsteenveger 2x laten komen. En als u het gehele jaar stookt bent u verplicht de schoorsteen 3x te laten vegen.
Bezirksschornsteinfegermeister
De Bezirksschornsteinfegermeister is door een aantal wettelijke taken altijd van inkomen verzekerd. Per huurder bedragen de jaarlijks te betalen leges ca. 40 euro en eigenaren van een woonhuis betalen ca. 70 euro per jaar;
Door wijziging van het Schornsteinfegergesetz (jawel) is het ook voor buitenlandse bedrijven mogelijk Duitse schoorstenen te vegen. De rayons worden niet meer tot aan het pensioen van de Meister toebedeeld maar slechts voor een periode van 7 jaar. Daarna moeten de rayons openbaar worden aanbesteed.
Eigenaren kunnen hun huizen ook door een ander bedrijf dan dat van de Bezirksschornsteinfegermeister mogen laten controleren. Als Duitser toont men zijn bekwaamheid aan doormiddel van de inschrijving in de Handwerksrolle voor het beroep van schoorsteenveger. Hiervoor dient men beschikken over de Grosser Befaehigungsnachweis en deze verkrijgt men pas na doorlopen van de Lehre, de Gesellenzeit en voltooiing van de opleiding tot Schornsteinfegermeister (daar zijn ze al snel een jaar of 8 tot 10 zoet mee).
Feuerstattenbescheid
Elke woning , ook uw vakantiewoning, !!!!! dient te beschikken over een “Feuerstattenbescheid”.
Daarin staat wanneer uw kachels worden gecontroleerd en welke werkzaamheden worden uitgevoerd. Er kan een soort abonnement worden genomen. Maar in principe is de eigenaar van de woning verantwoordelijk voor het maken van een afspraak.
Wordt de schoorsteenveger niet ingeschakeld, dan kan de schoorsteenveger bij de overheid aangifte doen. Vervolgens worden door de overheid bestuurlijke boetes opgelegd.
Keuring van uw houtkachel
De schoorsteenveger is ook belast met de keuring van uw houtkachel. Een kachel ouder dan 10 jaar wordt afgekeurd, ook als de kachel nog nooit zou zijn gebruikt. Verder controleert hij de plaatsing in de woning, op brandgevaarlijkheid. Tegenwoordig geeft hij ook energieadviezen.
Maar elektrisch verwarmen gaat buiten zijn bevoegdheid, en er is dan ook niets te vegen………Dus eruit met die houtkachels.
Veilig stoken zonder rook
Het rookkanaal dient in principe telkens na de verbranding van circa 2 kuub hout, of ten minste eenmaal per jaar, gereinigd te worden door gecertificeerde schoorsteenvegers.
“Brandgel”: gebruik bij voorkeur geen hulpmiddelen als ‘brandgel’ om het haardvuur krachtiger te maken. Deze hulpmiddelen kunnen aankoeken aan de binnenzijde van de schoorsteen, wat voor levensgevaarlijke situaties kan zorgen.
Wij spreken uit ervaring na het meemaken van een schoorsteenbrand. Buren kwamen ons waarschuwen, wij hadden niets in de gaten terwijl het dak in brand had kunnen vliegen. Er spoten vlammen en brandende deeltjes -die uitwaaiden- uit de schoorsteen, alsof er een eruptie op dak gaande was. Heel beangstigend om mee te maken.
Ook viel er op een avond een grote ‘brok’ (vuistgrote, zware ophoping van aangekoekt vuil/gel) naar beneden vanuit onze schoorsteen (we schrokken ons kapot). Gelukkig brandde we op dat moment geen vuur en waren we thuis.
Opbouw haardvuur: creëer nooit binnen enkele minuten een groot haardvuur. De schoorsteen is nog te koud aan de binnenzijde, waardoor deze onvoldoende rook wegzuigt en er onnodige rookontwikkeling in huis kan ontstaan.
Bouw (haardhout) vuur langzaam op. Bij briketten is dit niet nodig, deze ontvlammen minder heftig (mits je niet meer dan enkele briketten in de haard stopt).
Alleen onbewerkt hout (en nooit naaldhout) in de haard.
Bewerkt hout (geverfd of geïmpregneerd hout) kan bijzonder stinken, extra rook veroorzaken en giftige dampen verspreiden.
Houtbriketten: briketten zorgen doorgaans voor de minste rookontwikkeling en branden uren stabiel. Vaak geven ze wel extra vervuiling . Bruinkool briketten zijn enorm vervuilend en schadelijk voor uw gezondheid.
Vochtig hout: stook nooit met te vochtig hout.
Vochtig hout, zoals bijvoorbeeld buitenshuis gesprokkeld hout, ontbrandt slecht, waardoor er meer rookontwikkeling ontstaat. Daarnaast zal het hout gaan sissen bij ontbranding en spatten de brandende stukjes hout soms met een noodvaart uit de haard (tot enkele meters buiten de haard zelfs, hetgeen met veel kracht en geknetter gepaard gaat).
Was kosten der Feuerstättenbescheid und die Feuerstättenschau?
Die Kosten für den Feuerstättenbescheid sind in der Kehr- und Überprüfungsordnung geregelt. Je nach Bundesland existiert ein sogenannter Arbeitswert, der zwischen 0,92 und 1,01 Euro liegt. Abhängig von der Anzahl der Feuerstätten berechnet der Kaminkehrer unterschiedlich viele Arbeitswerte: Beispielsweise für bis zu drei Feuerstätten zehn Arbeitswerte; für jede zusätzliche Feuerstätte zwei weitere Arbeitswerte. Die Kosten für den Feuerstättenbescheid sind aber nach oben hin gedeckelt: Pro Bescheid kommen maximal 30 Arbeitswerte zusammen. Rechnen Sie also mit Gebühren zwischen 10-30 Euro für den Feuerstättenbescheid.
Hinzu kommen die Kosten für die Feuerstättenschau selbst. Auch hier werden bestimmte Arbeitswerte-Quoten angesetzt, zum Beispiel pro Gebäude (11,7), pro Nutzungseinheit (4,0) und pro Meter Abgasleitung (1,0). Eine genaue Aufschlüsselung der Arbeitswerte nach Tätigkeit des Schornsteinfegers finden Sie in der Verordnung zur Änderung der Kehr- und Überprüfungsordnung. Hier lassen sich, anders als beim Feuerstättenbescheid, schwer pauschale Kostenprognosen treffen, weil die Kosten stark vom Umfang Ihrer Anlagen abhängen.
Was müssen Eigentümer beachten?
Seit Ende des Jahres 2015 können Sie die Kosten für alle im Schornsteinfegergesetz festgelegten Leistungen auch steuerlich absetzen: Der Bundesfinanzhof entschied, dass sie zu den sogenannten haushaltsnahen Leistungen zählen. Das heißt: Auch der Betrag für Feuerstättenschau und -bescheid sind abzugsfähig und zwar zu 20% (maximal 1200 Euro). Voraussetzung ist, dass Sie eine Rechnung haben und bargeldlos zahlen. Achten Sie also unbedingt darauf, sich im Anschluss an die Feuerstättenschau eine entsprechende Quittung vom Schornsteinfeger schreiben zu lassen und diese durch Überweisung zu bezahlen.

Kehrpflicht auch bei seltener Nutzung
Das Argument, ein Kamin werde nur höchst selten genutzt, bewahrt einen Immobilienbesitzer nicht vor der Kehrpflicht. Das musste ein Betroffener erfahren, der behauptete, den Kamin lediglich zwei bis drei Mal pro Jahr in Anspruch zu nehmen. Eine jährliche Reinigung hielt er deswegen für unnötig. Doch das Verwaltungsgericht Baden-Württemberg (Aktenzeichen 6 S 1089/07) sah das anders. Die Juristen bestätigten eine Zwangsgeldandrohung in Höhe von 500 Euro, falls der Mann den zuständigen Schornsteinmeister seine Anlage nicht prüfen und kehren lasse.
Wer haftet für einen Brandschaden im Mietshaus?
Mieter dürften sich im Regelfall darüber freuen, wenn ihnen der Eigentümer eine Wohnung mit offenem Kamin zur Verfügung stellt. Doch dieser geht damit auch ein gewisses Risiko ein. Im konkreten Fall entsorgte ein Besucher des Mieters 20 Stunden alte Asche in einem Mülleimer – und verursachte dadurch einen Brandschaden. Das Amtsgericht Köln (Aktenzeichen 209 C 456/15) ging von einem fahrlässigen Verhalten aus, für das der Eigentümer hafte, denn er habe ja durch das Einrichten des Kamins auch eine erhöhte Betriebsgefahr geschaffen. Hier sei die Instandsetzungspflicht des Vermieters für das vermietete Objekt entscheidend.
Feuerstättenbescheid und Schornsteinfegerarbeiten
Das Ok für einen Kamin und dazugehörige Anlagen erfolgt durch den sogenannten “Feuerstättenbescheid”. Dabei handelt es sich um einen Verwaltungsakt, der die Unbedenklichkeit der Einrichtung bestätigt bzw. erforderliche Maßnahmen festlegt. Ein Immobilienbesitzer wurde dazu verpflichtet, Schornsteinfegerarbeiten künftig zweimal jährlich und nicht mehr nur einmal durchführen zu lassen. Der Betroffene war damit nicht einverstanden. Das Niedersächsische Oberverwaltungsgericht (Aktenzeichen 8 LB 165/12) entschied, eine solche Änderung im Feuerstättenbescheid könne nur nach einer konkreten Schau oder auf der Grundlage der Daten des Kehrbuchs erlassen werden. Die letzte Schau liege aber schon zwei Jahre zurück.
Beeinträchtigungen durch Kaminofen-Rauch
Gelegentliche, höchst seltene Beeinträchtigungen durch den Rauch eines Kaminofens sind durch die Nachbarn hinzunehmen. Wenn ein Sachverständigengutachten nachweist, dass überhaupt nur in 2,9 Prozent aller vorstellbaren Windsituationen eine Geruchsbelästigung auftritt, dann kann man nach Überzeugung des Oberlandesgerichts Oldenburg (Aktenzeichen 2 U 13/99) nicht von einer gravierenden Störung sprechen. Weitere Maßnahmen wie bestimmte Betriebszeiten sind deswegen bei einer solchen Ausgangslage nicht nötig.
Kaminzugang in der Eigentümergemeinschaft
Offene Kamine sind gefragt. Es kommt deswegen durchaus vor, dass Wohnungseigentümer in einem Haus den Wunsch nach einem nachträglichen Einbau hegen und einen entsprechenden Antrag in der Versammlung stellen. Das Amtsgericht München (Aktenzeichen 485 C 14426/12) stellte in einem Urteil klar, es handle sich hier um eine bauliche Veränderung, der alle Eigentümer zustimmen müssen. Aus Gründen der Gleichbehandlung sei es auch nötig, dass alle Mitglieder der Gemeinschaft die Chance auf einen solchen Kaminzugang hätten bzw. ein Ausgleich für die fehlende Möglichkeit der Kaminnutzung gewährt werde.
Wer einfach einen Außenkamin errichtet, ohne die dafür nötige Mehrheit in der Eigentümerversammlung zu haben, der kann zum Rückbau verpflichtet werden. Die Mitglieder der Gemeinschaft müssen keinerlei Emissionen ertragen, die von einer solchen Anlage ausgehen. Auch eine Kürzung des ursprünglich geplanten Kamins und ein Anstrich zur optischen Verschönerung ändern nach Meinung des Landgerichts Karlsruhe (Aktenzeichen 11 S 61/09) nichts an der grundsätzlichen Unzulässigkeit des Objekts.
Vorschriften für den Betrieb eines Holzofens
Letztlich ausschlaggebend für den Betrieb eines Holzofens ist die Einhaltung der gesetzlichen Anforderungen. Sind diese erfüllt, hat ein Nachbar, der sich belästigt fühlt, wenig Aussichten auf Abhilfe. Wenn sich der Betreiber des Ofens an die Vorschriften halte, so das Oberverwaltungsgericht Rheinland-Pfalz (Aktenzeichen 1 A 10876/09), dann liege es am Nachbarn, darüber hinaus gehende Maßnahmen zu seinem Schutz zu ergreifen. Die gewünschte Anordnung zur Stilllegung könne man jedenfalls nicht erlassen.
Kamin-Einbau in Eigenregie?
Gerade weil von Kaminen und dazugehörigen Öfen eine so große Gefahr ausgehen kann, sollte man sich unbedingt von Fachleuten beraten lassen. Ein Hausbesitzer tat das nicht, baute eigenständig in seiner Küche einen Ofen ein, verlegte die Rohre selbst und ließ seine Arbeit am Ende auch nicht von Experten begutachten. Das Rohr überhitzte, es entstand ein Brand. Die Gebäudeversicherung musste nach Ansicht des Oberlandesgerichts Celle (Ak-tenzeichen 8 U 40/09) wegen grober Fahrlässigkeit des Hausbesitzers nicht haften.
Pflichte aufgrund Feuerstättenschau
Der Bezirksschornsteinfeger ist derjenige, der die Verhältnisse vor Ort am besten kennt. Wenn er bestimmte Pflichten aufgrund der tatsächlich stattgefundenen Feuerstättenschau auferlegt, dann sind diese zunächst einmal bindend. Bei dieser Gelegenheit stellte ein Schornsteinfeger eine starke Rußentwicklung im Kamin fest und ordnete deswegen eine dreimalige jährliche Reinigung an. Der Eigentümer wehrte sich dagegen, merkte an, die Feuerstätten seien stillegelegt, es reiche die einmalige Reinigung. Das Verwaltungsgericht Würzburg (Aktenzeichen W 6 K 16.557) lehnte dies ab und sprach dem Schornsteinfeger die Kompetenz zu, dies zu entscheiden.